Online nascholing voor fysiotherapeuten

Klinisch redeneren bij rug-beenpijn, en het ook kunnen uitleggen

Waarom herstelt de ene patiënt in weken en de ander pas na maanden? En hoe leg je dat uit zonder het MRI-verslag tegen te spreken of de klacht kleiner te maken? In deze online scholing scherp je je klinisch redeneren aan, en vertaal je het meteen naar je onderzoek, je beleid en je uitleg.

6
Modules met toets
17 uur
Studielast, in je eigen tempo
PhD
Gepromoveerd op dit onderwerp
Dr. Stijn Willems, fysiotherapeut en onderzoeker
Herken je dit?

Rug-beenpijn is lastig. Niet omdat je te weinig weet.

De een kan uren zitten maar geen tien minuten lopen, de ander precies andersom. De een heeft hevige pijn zonder uitval, de ander een klapvoet en nauwelijks pijn. Dezelfde oefening helpt de een en maakt het bij de ander erger. En toch krijgen ze vaak hetzelfde label: hernia, of ischias.

Iedereen bedoelt iets anders met LRS, ischias of een beknelde zenuw
Je zoekt nog een techniek of zwaardere oefening, en de zenuw wordt alleen onrustiger
De richtlijn zegt weinig over hoe je doseert en bij wie welke aanpak past
Een positieve test voelt als een diagnose, maar zegt minder dan je denkt
Je patiënt heeft al een verklaring, van de huisarts, de MRI of internet
Je hoort zelden hoe het afloopt, dus je leert weinig van je eigen beloop
Vier patiënten, vier vragen

Ze lopen de hele scholing met je mee

Lotte, Ruud, Ingrid en Mark hebben allemaal rug-beenpijn, en allemaal een ander verhaal. Elke module begint bij een vraag waarmee zij binnenkomen, en de toetsvragen gaan over hen.

Lotte, 34, verpleegkundige

Lotte, 34
Verpleegkundige · 6 weken klachten
“Op de MRI staat een extrusie. Als het na twaalf weken niet over is, moet het eruit.”
Jouw vraagHevige radiculaire pijn en een grote extrusie. Wat vertel je haar over het beloop, en waar baseer je dat op?
Ruud, 47, docent en hardloper

Ruud, 47
Docent en hardloper · 8 maanden klachten
“Mijn voet klapt bij het hardlopen, maar op de MRI is niets te zien.”
Jouw vraagUitval zonder passende beeldvorming. Is dit een radiculopathie, of iets dat zich zo voordoet?
Ingrid, 52, office manager

Ingrid, 52
Office manager · 10 weken klachten
“De MRI laat een protrusie zien die de zenuw raakt, dus het is zenuwpijn.”
Jouw vraagDiepe pijn in bil en bovenbeen. Radiculaire pijn of referred pain, en wat verandert dat aan je aanpak?
Mark, 41, installateur

Mark, 41
Installateur · 5 maanden klachten
“Ik heb gelezen dat je na zes maanden te laat bent voor een operatie.”
Jouw vraagAfwachten of opereren? Wat zeg je over timing, en wat weet de literatuur daar eigenlijk over?
Wat we denken te weten

Rug-beenpijn zit vol misvattingen. Bij patiënten, en bij ons.

“Als het na twaalf weken niet over is, moet het eruit.” “Op de MRI is niets te zien, dus het zit niet in de zenuw.” “Na zes maanden ben je te laat.” Dit soort overtuigingen hoor je in de behandelkamer, maar ze leven net zo goed onder therapeuten. Soms zit er een kern van waarheid in, vaak ligt het genuanceerder. In deze scholing leer je welk deel van het verhaal de wetenschap ondersteunt en welk deel niet. Wie dat helder kan uitleggen, neemt onnodige angst weg, schept realistische verwachtingen en helpt de patiënt keuzes maken die bij zijn klachten passen.

Wat deze scholing anders maakt

Niet alleen meer weten, maar het maandag toepassen

De meeste scholing stopt bij kennis. Deze scholing gaat door tot in de spreekkamer: elke paragraaf eindigt met wat het verandert aan je handelen, en met een uitlegzin die je letterlijk kunt gebruiken.

Begrijpen

Van classificatie en pijnmechanisme tot beloop en prognose. Bij elke bewering zie je hoe sterk het bewijs is, en wat we nog niet weten.

Toepassen

Elke paragraaf sluit af met “Maandag”: wat je vanaf je volgende behandeling anders doet in je onderzoek, je dosering en je beleid.

Uitleggen

Je leert vertalen naar patiënttaal: een MRI-uitslag, een testuitslag, een verwachting over herstel. Zo dat het geruststelt waar dat kan, en de klacht serieus neemt.

Zo is elke paragraaf opgebouwd

Stap 1

De patiënt

Je begint bij een vraag of overtuiging waarmee Lotte, Ruud, Ingrid of Mark binnenkomt. Zoals: “Op de MRI zit de hernia nog steeds, dus het gaat niet goed.”

Stap 2

Wat we weten

De inhoud, met bij elke bewering een label voor de sterkte van het bewijs. Je ziet wat stevig staat, wat wankel is en wat we gewoon nog niet weten.

Stap 3

Maandag

Wat dit verandert aan je onderzoek, je dosering of je beleid. En een uitlegzin die je de volgende behandeling letterlijk tegen je patiënt kunt zeggen.

Het programma

Zes modules, zes vragen van je patiënt

Elke module draait om één vraag die patiënten je stellen. Klik een module open voor de leerdoelen en alle paragrafen.

Studielast 2 uur en 50 minuten · 15 toetsvragen

Na deze module kun je

  • beschrijven welk ziektebeeld patiënten met radiculaire klachten doorgaans hebben, en uitleggen hoe dat hun verwachting van de behandeling stuurt
  • radiculaire pijn onderscheiden van somatisch gerefereerde pijn, en een casus classificeren met de zes pijncategorieën
  • met de NeuPSIG-gradering beoordelen hoe waarschijnlijk een neuropathische component is
  • verklaren waarom incidentie- en prevalentiecijfers sterk uiteenlopen, en wat dat betekent voor je eigen praktijk
  • een patiënt met rug-gerelateerde beenpijn beschrijven volgens de ICF

Paragrafen

  1. De vier patiënten en de onzekerheid die ze oproepen
  2. Wat je patiënt denkt, vraagt en googelt
  3. Waarom wij het zelf niet eens zijn
  4. Radiculair of somatisch gerefereerd: de neurogene kenmerken
  5. Classificatiemodellen voor rug-gerelateerde beenpijn
  6. Hoe vaak zie je dit in de praktijk?
  7. Maandag: je patiënt in ICF-termen

Studielast 2 uur en 55 minuten · 15 toetsvragen

Na deze module kun je

  • uitleggen waarom mechanische prikkeling van een niet-ontstoken zenuwwortel geen radiculaire pijn geeft, en welke rol ontsteking, immuunreactie en centrale mechanismen spelen
  • het onderscheid tussen gain of function en loss of function toepassen op een patiënt, en afleiden wat je bij het onderzoek verwacht te vinden
  • verklaren welk vezeltype welke sensatie oplevert, en daarmee de ongewone klachten van een patiënt duiden
  • mechanosensitiviteit en somatisch gerefereerde pijn herkennen als zelfstandige beelden met een eigen mechanisme
  • een mechanisme vertalen naar een uitleg in patiënttaal die geruststelt waar dat terecht is

Paragrafen

  1. Het drukmodel, en waarom druk alleen geen pijn geeft
  2. Ontsteking en immuunreactie
  3. Gain of function: radiculaire pijn
  4. Loss of function: radiculopathie
  5. Centrale mechanismen en sensitisatie
  6. Waarom het voelt zoals het voelt
  7. Mechanosensitiviteit en somatisch gerefereerde pijn

Studielast 2 uur en 55 minuten · 15 toetsvragen

Na deze module kun je

  • musculoskeletale, neoplastische en niet-skeletale oorzaken van radiculaire klachten onderscheiden, en benoemen welke symptomen naar welke categorie wijzen
  • uitleggen waarom de mate van compressie op beeldvorming niet samenhangt met de ernst van de klachten of met het herstel
  • rode vlaggen voor een caudasyndroom, een maligniteit en een infectie herkennen, en de bijbehorende actie benoemen
  • een patiënt met beenpijn systematisch differentiëren naar wortel, perifere zenuw, somatische structuur of een andere bron
  • een MRI-uitslag uitleggen aan een patiënt zonder zijn klachten te relativeren

Paragrafen

  1. De drie families van oorzaken
  2. De discus: degeneratie en typen herniatie
  3. Wat een hernia wel en niet verklaart
  4. Stenose, spondylolisthesis en de rest
  5. Rode vlaggen en cauda equina
  6. Wanneer een MRI, en wat zeg je over de uitslag
  7. Buiten de rug: perifere zenuw, heup en andere bronnen van beenpijn

Studielast 2 uur en 50 minuten · 15 toetsvragen

Na deze module kun je

  • de diagnostische waarde van anamnestische kenmerken en lichamelijke testen interpreteren in termen van sensitiviteit, specificiteit en likelihood ratio
  • uitleggen waarom radiculaire pijn vaak geen dermatomaal patroon volgt, en dat meewegen in je klinisch redeneren
  • een neurologisch onderzoek van sensibiliteit, kracht en reflexen uitvoeren en de bevindingen in de juiste terminologie vastleggen
  • benoemen wat het lichamelijk onderzoek wel oplevert: signalering, een inschatting van ernst en beloop, en een uitgangswaarde voor monitoring
  • een testuitslag aan een patiënt uitleggen zonder hem als diagnostisch bewijs te presenteren

Paragrafen

  1. De anamnese als diagnostisch instrument
  2. Dermatomen: waarom het patroon zelden klopt
  3. Neurodynamisch onderzoek en wat de cijfers waard zijn
  4. Sensibiliteit, kracht en reflexen
  5. Maandag: meten, vastleggen en opnieuw meten

Studielast 2 uur en 50 minuten · 15 toetsvragen

Na deze module kun je

  • het verloop van het herstel in de eerste maanden en op de lange termijn beschrijven, en het onderscheid tussen natuurlijk en klinisch beloop uitleggen
  • uitleggen waarom een gemiddelde herstelcurve weinig zegt over een individuele patiënt
  • het verschil tussen een prognostische associatie op groepsniveau en een voorspelling op persoonsniveau toepassen bij het geven van verwachtingen
  • de afweging rond een operatie met een patiënt bespreken, inclusief de variabiliteit van het herstel erna
  • een realistische verwachting formuleren en een vervolgmeting inzetten als prognostisch moment

Paragrafen

  1. Natuurlijk en klinisch beloop
  2. Het plateau en de lange termijn
  3. Variatie: waarom gemiddelden je patiënt niet helpen
  4. Prognostische factoren: wie herstelt langzamer?
  5. Opereren: wanneer, wat levert het op, wat zeg je erover

Studielast 2 uur en 55 minuten · 16 toetsvragen

Na deze module kun je

  • de evidentie voor conservatieve behandeling en medicatie bij radiculaire pijn samenvatten, inclusief de aanbevelingen en de beperkingen van de richtlijn
  • een behandelplan opstellen dat aansluit bij de classificatie en de mechanismen, met de dosering als centrale stuurvariabele
  • activiteitspatronen als vermijden, doorduwen en pieken en dalen herkennen, en zelfmanagement begeleiden met erkenning van de inspanning die het vraagt
  • herkennen wanneer een goedbedoelde boodschap delegitimeert, en het gesprek voeren in de volgorde erkennen, uitleggen, verklaren
  • signalen van somberheid en gedachten aan zelfdoding herkennen en bespreekbaar maken, en de passende vervolgstap kiezen

Paragrafen

  1. Conservatief beleid: wat werkt, wat niet, wat weten we niet
  2. Doseren bij een geprikkelde zenuw: richting, houding en respons
  3. Neurodynamica: voor wie, wat en hoeveel
  4. Vermijden, doorduwen, pieken en dalen
  5. Pijnbehandelingen: medicatie, injecties en wanneer je verwijst
  6. Zelfmanagement als last
  7. Taal die delegitimeert, en geruststellen dat werkt
  8. Zorgen, somberheid en wanneer je doorverwijst
  9. Het uitleggesprek

Je begint met een korte nulmeting van je eigen redenering en sluit af met dezelfde casus. Zo zie je zwart op wit wat er veranderd is.

Collega’s over Let’s Go Fysio

Wat professionals zeggen

Praktisch

Zo volg je de scholing

Online, in je eigen tempo

Video’s, leesstof en hand-outs in de academy. Ongeveer 17 uur studielast, verdeeld over zes modules die op elkaar voortbouwen.

Toets per module

Vijftien casusvragen per module, met feedback per vraag. Je slaagt bij 70 procent goed en hebt drie pogingen.

Accreditatie aangevraagd

Accreditatie wordt aangevraagd bij het Kwaliteitshuis Fysiotherapie en bij SKF. Je deelname registreren we voor je in PE-online.

Bij elke claim het bewijs

Gebaseerd op de originele studies, met per bewering een label voor de sterkte van het bewijs. Ook waar het bewijs dun is.

Nederlandstalig

Aangesloten op de Nederlandse en Vlaamse praktijk, de KNGF-richtlijn en de verwijsroutes die jij gebruikt.

Later: praktijkdagen

Als verdieping komen er praktijkdagen met casuïstiek en uitleggesprekken. De online scholing is ook los te volgen.

Dr. Stijn Willems, fysiotherapeut en onderzoeker
Jouw docent

Dr. Stijn Willems

Fysiotherapeut, manueel therapeut, praktijkeigenaar en onderzoeker. Stijn promoveerde aan de Vrije Universiteit Amsterdam op herstel na een lumbale hernia-operatie bij mensen met pijnlijke lumbale radiculopathie.

Zijn onderzoek ging over de grote verschillen in herstel tussen patiënten: waarom gemiddelden zo weinig zeggen over de persoon die voor je zit, en hoe je met een “people-like-me”-benadering beter kunt inschatten wat iemand te wachten staat. In deze scholing combineert hij dat onderzoek met ruim vijftien jaar praktijkervaring bij De Fysiovrienden in Eindhoven. Hij geeft ook in-company scholing en lezingen voor rugnetwerken.

Past dit bij jou?

Voor wie deze scholing wel en niet is

Dit past bij jou als

Je fysiotherapeut of manueel therapeut bent in de eerste lijn
Je regelmatig patiënten ziet met rugpijn en uitstralende beenpijn
Je wilt begrijpen waarom, en dat ook kunnen uitleggen
Je kritisch wilt kijken naar MRI-gestuurd beleid en vaste protocollen
Je basiskennis hebt van anatomie en onderzoek van de lumbale wervelkolom

Dit past nu niet bij jou als

Je vooral een set nieuwe technieken zoekt
Je een kant-en-klaar protocol wilt dat voor iedereen werkt
Je geen tijd hebt voor ongeveer 17 uur zelfstudie
Je een brede cursus over alle rugklachten zoekt
Eerste cohort voorjaar 2027

Zet jezelf op de wachtlijst

Je hoort als eerste wanneer de inschrijving opent, wat de accreditatie oplevert en wanneer de eerste praktijkdagen gepland staan. Wachtlijstleden krijgen voorrang bij de inschrijving. Vertel je erbij waar je tegenaan loopt, dan neem ik dat mee in de laatste afronding van de scholing.

Wachtlijst nascholing radiculaire klachten
Waar wil je vooral meer over leren?
Optioneel. Kies wat voor jou het meest relevant is.
Optioneel. Je antwoord helpt mij de scholing af te stemmen op de praktijk.
Toestemming
Veelgestelde vragen

Misschien vraag je je nog af

Accreditatie wordt aangevraagd bij het Kwaliteitshuis Fysiotherapie en bij Stichting Keurmerk Fysiotherapie (SKF), voor de hele e-learning van zes modules. Zodra het besluit en het aantal punten bekend zijn, laten we dat hier en aan de wachtlijst weten. Je punten krijg je als je alle modules hebt doorlopen, alle toetsen hebt gehaald en de evaluatie hebt ingevuld.

Het eerste cohort start in het voorjaar van 2027. Wie op de wachtlijst staat, hoort als eerste de exacte datum.

De totale studielast is ongeveer 17 uur: zes modules van elk bijna drie uur, inclusief video, leesstof, reflectie en toets. Je volgt het online, in je eigen tempo. De modules bouwen op elkaar voort, dus je doorloopt ze in volgorde.

Elke module sluit af met een toets van vijftien casusvragen, in module 6 zestien. Je slaagt bij 70 procent goed en hebt drie pogingen. Na elke vraag zie je of je antwoord klopt, met een toelichting en een verwijzing naar de paragraaf.

Ja. De scholing gaat uit van basiskennis van anatomie en onderzoek van de lumbale wervelkolom en gaat daarna de diepte in: pijnmechanismen, de diagnostische waarde van testen, prognose op persoonsniveau en het uitleggesprek. Juist ervaren therapeuten herkennen de vragen uit de spreekkamer.

Ja, als verdieping op het online deel. Daarin oefen je met casuïstiek, klinisch redeneren en uitleggesprekken. De online scholing is ook los te volgen.

Dat kan. Stijn geeft de scholing ook op locatie, voor praktijken en rugnetwerken. Stuur een mail naar info@letsgofysio.nl, dan kijken we wat past.

De prijs maken we bekend bij de opening van de inschrijving. Wie op de wachtlijst staat, hoort het als eerste.

Maandag al beter uitleggen?

Oké, let’s go. Zet jezelf op de wachtlijst en hoor als eerste wanneer de inschrijving opent.