Je zoekt op het verschil tussen een hernia en ischias. Waarschijnlijk omdat je verschillende woorden hebt gehoord, van verschillende mensen, en niet zeker weet welke op jou slaat.
Die verwarring is niet vreemd. Er bestaan meerdere namen voor grotendeels dezelfde klacht, en ze worden door elkaar gebruikt. Je huisarts hanteert een andere term dan je fysiotherapeut, en die weer een andere dan de folder van het ziekenhuis.
In dit artikel lees je wat elke naam betekent, welke naam waarschijnlijk bij jou past, en wat dat wel en niet zegt over je herstel.
Okay, Let’s Go!
Dit artikel hoort bij het hoofdartikel: Ischias: uitstralende pijn in je been begrijpen
In het kort
- Een hernia is een mogelijke oorzaak. Ischias is de naam voor de klacht die je voelt.
- Er bestaan minstens vijf namen voor dit klachtenbeeld, en dat verklaart een groot deel van de verwarring.
- Internationale pijnexperts adviseren zorgverleners om er altijd bij te zeggen wat ze met het woord ischias bedoelen.
- Je kunt ischias hebben zonder hernia, en een hernia zonder er iets van te merken.
- Welke naam je klacht krijgt, verandert in de eerste weken weinig aan wat je zelf kunt doen.
- Het label doet wel iets met hoe zwaar je klacht voelt, ook als er lichamelijk niets verandert.
Korte check · ±2 min
Welke naam past bij jouw klachten?
De belangrijkste vraag is niet of je het hernia of ischias noemt, maar of er een zenuw in het spel is. Doe de korte check (±2 min) en ontdek of jouw klachten daarbij passen, of eerder bij spieren, gewrichten of spanning.
Gebaseerd op kennis uit praktijk en wetenschap

Wat is het verschil tussen een hernia en ischias?
Een hernia is een mogelijke oorzaak. Ischias is de naam voor de klacht die je voelt.
Vergelijk het met hoofdpijn. Hoofdpijn is wat je merkt, de oorzaak kan van alles zijn: te weinig slaap, spanning, een bril die niet meer klopt. Niemand noemt hoofdpijn een slaaptekort.
Bij ischias gebeurt dat wel. De klacht en één van de mogelijke oorzaken worden door elkaar gebruikt, alsof ze hetzelfde zijn.
- Ischias is wat je voelt: uitstralende pijn in bil, been of voet, vaak met tintelingen of een doof gevoel.
- Een hernia is wat er mogelijk aan de hand is: een uitstulping van de tussenwervelschijf die een zenuwwortel prikkelt.
Daarom kloppen deze twee zinnen allebei: je kunt ischias hebben zonder hernia, en je kunt een hernia hebben zonder ischias. Verderop lees je hoe dat kan.
Waarom bestaan er vijf namen voor bijna dezelfde klacht?
Omdat elke naam uit een andere hoek komt, en ze zijn nooit op elkaar afgestemd.
- Ischias. De gewone taal. Iedereen kent het woord, bijna niemand bedoelt er precies hetzelfde mee.
- Hernia. Verwijst naar wat er op een scan te zien is, niet naar wat je voelt.
- Lumbosacraal radiculair syndroom (LRS). De term die Nederlandse huisartsen en richtlijnen gebruiken.
- Radiculaire pijn. De precieze naam voor pijn die ontstaat in een zenuwwortel.
- Uitstralende pijn. Het woord dat mensen zelf het vaakst gebruiken als ze hun klacht beschrijven.
Dat het woord ischias zo rekbaar is, kun je terugzien in de cijfers. In onderzoek loopt het aantal mensen met ischias uiteen van 1,6 tot 43 procent [1]. Niet omdat het bij de een vaker voorkomt dan bij de ander, maar omdat onderzoekers het woord verschillend invullen.
Het woord ischias bestond trouwens al lang voordat iemand van hernia’s had gehoord. Pas in 1933 werd de klacht voor het eerst gekoppeld aan een uitpuilende tussenwervelschijf, en sindsdien worden de twee woorden door elkaar gebruikt [2]. Veelzeggend genoeg voegt het medisch woordenboek er tot op vandaag aan toe dat de ischiaszenuw zelf bij ischias zelden het probleem is.
Kortom: je zoekt naar het verschil tussen twee woorden die allebei niet zo scherp zijn als ze klinken. Dat is geen verwarring van jouw kant.
Wat betekent het als er een hernia is gevonden?
Dat er een uitstulping van een tussenwervelschijf tegen een zenuwwortel aan ligt.
Tussen je wervels zitten schijven die werken als schokdempers. Ze hebben een stevige buitenkant en een zachtere kern. Als die buitenkant een zwakke plek krijgt, kan er materiaal naar buiten puilen. Ligt dat tegen een zenuwwortel aan, dan kan die zenuw geïrriteerd raken.
Belangrijk daarbij: het is niet alleen de druk. Rond het uitgestulpte materiaal ontstaat ook een prikkelingsreactie van je eigen afweersysteem. Die reactie maakt de zenuw gevoeliger. Dat verklaart waarom de klachten soms fors zijn terwijl de uitstulping klein is, en waarom ze soms meevallen terwijl de scan er indrukwekkend uitziet.
Diezelfde reactie is voor een groot deel goed nieuws. Het is namelijk hetzelfde systeem dat het uitgestulpte materiaal in de loop van weken tot maanden weer opruimt.
Wat het niet is: een schijf die kapot is of eruit is geschoten. Er zit niets los. Er ligt materiaal op een plek waar het niet hoort, en je lichaam is daarmee bezig.
Wat is ischias precies?
Dat hangt ervan af wie je het vraagt, en dat is precies het probleem.
Voor de meeste mensen betekent ischias: pijn die vanuit je onderrug of bil naar beneden trekt, je been in. Soms tot in je kuit of voet, vaak met tintelingen of een doof gevoel.
Maar er bestaat geen afspraak over wanneer je die naam mag gebruiken. Sommige artsen gebruiken hem alleen als er duidelijk een zenuw bij betrokken is. Anderen gebruiken hem voor elke pijn die naar het been uitstraalt, ook als die uit een gewricht of spier komt.
Die onduidelijkheid is zo groot dat een internationale werkgroep van pijnexperts er in 2023 een aanbeveling over deed [3]. Hun advies aan artsen en onderzoekers: gebruik het woord ischias niet meer op zichzelf, maar zeg er altijd bij wat je precies bedoelt. Als overkoepelende term stellen ze voor om te spreken over pijn in het been die vanuit de rug komt.
Dat advies gaat dus over hoe zorgverleners onder elkaar praten, niet over welk woord jij mag gebruiken. Diezelfde werkgroep erkent er meteen bij dat ischias waarschijnlijk gewoon blijft bestaan, omdat het te diep in de gewone taal zit.
Welk onderscheid doet er wél toe?
Niet hernia tegenover ischias, maar de vraag waar je pijn vandaan komt. Daarvoor bestaan drie omschrijvingen, en die zeggen wél iets over je klachten [3,4].
- Doorgestraalde pijn. De prikkel komt uit een gewricht, spier, band of schijf in je rug, maar je voelt hem in je bil of bovenbeen. Dat komt doordat signalen uit je rug en uit je been in het ruggenmerg samenkomen, waardoor de herkomst niet meer precies terug te herleiden is. De pijn is doffer, zeurend en lastig aan te wijzen, en komt zelden tot in je voet. Dit is de meest voorkomende vorm.
- Radiculaire pijn. Hier ontstaat de pijn in de zenuwwortel zelf. Die is prikkelbaar geworden en stuurt signalen op momenten dat dat niet nodig is. De pijn is scherper, schietend, soms brandend of als een elektrische schok, meestal met een doffe ondergrond. Vaak met tintelingen of een raar gevoel in de huid.
- Radiculopathie. Dit is geen pijn, maar uitval. Er komen minder signalen door. Dat merk je aan minder gevoel, minder kracht of een reflex die minder reageert. Het kan samengaan met pijn, maar het kan ook zonder pijn bestaan.
Twee dingen zijn hierbij belangrijk. Ze komen vaak samen voor, dus het is meestal geen kwestie van het een of het ander. En de pijn hoeft geen keurige baan te volgen: bij ongeveer twee derde van de mensen met radiculaire pijn past het patroon niet netjes bij één zenuwwortel [5]. Loopt jouw pijn grillig, dan betekent dat dus niet dat het geen zenuw is.
Lees ook: Wat is radiculaire pijn? · Wat is radiculopathie?
Kun je ischias hebben zonder hernia?
Ja, en dat komt vaker voor dan mensen denken.
Een zenuwwortel kan om meerdere redenen geprikkeld raken. Een hernia is er daar één van, maar niet de enige.
- Stenose. De ruimte waar de zenuw doorheen loopt is nauwer geworden. Komt vaker voor op latere leeftijd. Typisch: klachten bij lang staan en lopen, en verlichting als je voorover buigt of gaat zitten.
- Een prikkelingsreactie zonder duidelijke uitstulping. De zenuw is gevoelig geworden zonder dat er iets zichtbaars tegenaan ligt.
- Prikkeling verderop in de baan van de zenuw. De zenuw loopt van je rug tot in je voet en kan onderweg ook gevoelig raken.
- Zwangerschap. Verandering in houding, gewicht en gevoeligheid van weefsel kan dezelfde klachten geven.
Wat al deze oorzaken gemeen hebben: de zenuw is gevoeliger geworden voor rek en druk. Dat is de reden dat de eerste stappen in het herstel er in grote lijnen hetzelfde uitzien, ongeacht wat de exacte oorzaak van de irritatie is.
Kun je een hernia hebben zonder er iets van te merken?
Ja, en dat komt vaker voor dan mensen denken.
Onderzoekers hebben scans vergeleken van mensen met rugklachten en mensen zonder enige klacht. Bij die laatste groep was te zien [6]:
- bij ongeveer 34 procent een versleten of ingedroogde tussenwervelschijf;
- bij ongeveer 19 procent een uitpuilende schijf;
- bij ongeveer 2 procent een uitstulping die verder naar buiten komt.
Deze mensen hadden nergens last van. Ze wisten niet eens dat er iets te zien was.
Bij mensen met rugklachten liggen die percentages hoger. Een uitstulping die verder naar buiten komt werd daar bij ongeveer 7 procent gezien, tegen bijna 2 procent bij mensen zonder klachten [6]. Een scan zegt dus wel degelijk iets.
Wat er te zien is hangt daarnaast sterk samen met leeftijd. In onderzoek onder mensen zonder klachten was bij ongeveer 37 procent van de twintigers een versleten tussenwervelschijf te zien, oplopend tot ongeveer 96 procent van de tachtigers [7]. Allemaal zonder pijn.
Waar het op neerkomt: iets zien op een scan betekent niet automatisch dat dat je pijn verklaart. Het betekent ook niet dat je rug versleten of beschadigd is. Vaak betekent het dat je rug eruitziet zoals bij de meeste mensen van jouw leeftijd.
Heb je een scan nodig om te weten wat het is?
Meestal niet, al ligt het genuanceerder dan vaak wordt gezegd.
Een MRI is aangewezen bij alarmsignalen, bij een vermoeden van een zeldzame oorzaak, of wanneer een operatie serieus in beeld komt [8]. Buiten die situaties verandert een scan zelden iets aan het beleid.
Daar zijn goede redenen voor. Een gewone MRI zit er in ongeveer 30 procent van de gevallen naast, in beide richtingen: hij laat iets zien dat er niet toe doet, of hij mist iets dat er wel toe doet [9]. Zelfs de mate waarin een zenuwwortel in de knel zit verschilt tussen liggen en staan.
Toch is er een situatie waarin een scan wel iets oplevert, en die is niet medisch van aard. Sommige mensen lopen maanden rond met onzekerheid over hun klachten. Ze horen dat er niets te zien is, ze hebben wel pijn, en weten niet meer wat ze ermee aan moeten. Voor hen kan een verklaring rust geven, ook als het beleid er niet door verandert.
De vraag is dus niet of een scan wel of niet moet, maar waarvoor je hem laat maken. En wat er te zien is, verklaart niet automatisch je pijn.
Andersom geldt hetzelfde. Is er géén hernia op je scan te zien, dan betekent dat niet dat de pijn tussen je oren zit. Een zenuw kan gevoelig zijn zonder dat daar iets van te zien is.
Verandert de naam iets aan je herstel?
Minder dan je zou verwachten, zeker in de eerste weken.
Bij ongeveer driekwart van de mensen met deze klachten nemen de klachten binnen drie maanden geheel of gedeeltelijk af [10]. Dat geldt of er nu een hernia is aangetoond of niet.
Ook in ander onderzoek komt dat terug. In een groot Engels onderzoek onder mensen die met rug- en beenpijn bij de huisarts kwamen, voorspelde de hevigheid van de beenpijn niet wie er later nog klachten had [11]. Waar de pijn zat en of er uitval was, zei meer dan hoe erg het voelde.
Wat er in de eerste weken toe doet is dan ook niet de naam, maar drie dingen: de zenuw minder prikkelen, in beweging blijven binnen wat je aankunt, en weten wat een normale schommeling is.
Wanneer de naam wél gaat meetellen: als je klachten na maanden niet vooruitgaan, als er duidelijke uitval bijkomt, of als een operatie ter sprake komt. Dan wil je precies weten wat er speelt.
Bij dat cijfer van driekwart hoort nog wel een kanttekening. Het is een gemiddelde, en een gemiddelde zegt weinig over het verloop bij één persoon. Onderzoek naar herstel laat juist zien hoe verschillend dat verloopt. Hoor je bij het kwart dat er langer over doet, dan betekent dat niet dat er iets misgaat, maar dat jouw herstel een ander tempo heeft dan het gemiddelde. Wat je wel en niet uit die cijfers kunt afleiden, lees je in het artikel over de herstelduur bij een hernia.
Waarom voelt het woord hernia zwaarder dan ischias?
Omdat het klinkt als iets structureels, en ischias niet.
Ischias klinkt als een klacht, iets wat je overkomt en weer overgaat. Hernia klinkt als een onderdeel dat stuk is. Dat verschil zit niet in je lichaam, maar in het woord.
Dat is niet alleen gevoel. Zelfs in de internationale ziekteclassificatie zitten deze namen in verschillende hokjes. Ischias staat onder klachten van het bewegingsapparaat, radiculaire pijn onder ziekten van het zenuwstelsel [3]. Dezelfde klacht, een ander vakje, afhankelijk van welk woord er wordt opgeschreven.
[TE VERVANGEN DOOR JOUW PRAKTIJKOBSERVATIE. Wat merk je aan mensen die binnenkomen met “ik heb een hernia” tegenover “ik heb ischias”? Twee tot vier zinnen.]
Wat je hiermee kunt: als iemand tegen je zegt dat je een hernia hebt, vraag dan door. Wat is er precies gezien, en wat betekent dat voor wat jij mag doen? Meestal is het antwoord geruststellender dan het woord.
Wanneer schakel je een arts in?
Bij deze klachten maakt de naam niet uit. Neem contact op met je huisarts als het volgende nieuw is:
- je krijgt plotseling fors krachtverlies in je been, of je kunt je voet niet meer optillen;
- je krijgt een doof gevoel rond je zitvlak, geslachtsdelen of binnenkant bovenbenen;
- je voelt de aandrang om te plassen of te poepen niet meer, of kunt het niet meer tegenhouden;
- je klachten gaan na zes tot acht weken nauwelijks vooruit.
Vallen blaas, darm en gevoel rond je zitvlak samen uit, en is dat de afgelopen dagen ontstaan? Bel dan direct.
Dit zijn alarmsignalen. Beter één keer te veel gecheckt dan te lang afgewacht.
Veelgestelde vragen over hernia en ischias
Nee. Ischias is de naam voor de klacht die je voelt: uitstralende pijn in bil, been of voet. Een hernia is één van de mogelijke oorzaken daarvan.
Je kunt ischias hebben zonder hernia, bijvoorbeeld door stenose of een prikkelingsreactie rond de zenuw. En je kunt een hernia op een scan hebben zonder er iets van te merken.
Vooral wie het woord gebruikt. Lumbosacraal radiculair syndroom, afgekort LRS, is de term die Nederlandse huisartsen en richtlijnen hanteren voor klachten die vanuit een zenuwwortel in je onderrug komen.
Ischias is het woord uit de gewone taal voor grotendeels hetzelfde beeld. LRS is preciezer, omdat het aangeeft dat er een zenuwwortel bij betrokken is.
Gebruik gerust het woord dat je kent. Belangrijker dan het label is dat je kunt beschrijven wat je voelt.
Wat je behandelaar echt verder helpt: waar zit de pijn precies, komt hij voorbij je knie, heb je tintelingen of een doof gevoel, en wat maakt het erger of juist rustiger. Daar kan iemand meer mee dan met een naam.
Dat komt regelmatig voor en het betekent niet dat de pijn niet echt is.
Een zenuw kan gevoelig worden door een prikkelingsreactie, door een nauwere doorgang of door irritatie verderop in zijn baan. Dat is op een gewone MRI niet altijd te zien. Bovendien zit een routine-MRI er in ongeveer 30 procent van de gevallen naast, ook in de richting dat hij iets mist.
Niet per se. De ernst van je klachten hangt vooral af van hoe gevoelig de zenuw is, niet van welk woord eraan hangt.
Mensen met een aangetoonde hernia herstellen gemiddeld even goed als mensen bij wie geen hernia is gevonden. Het uitgestulpte materiaal wordt in de loop van weken tot maanden door je lichaam zelf opgeruimd.
Omdat er geen afspraak bestaat over welk woord je wanneer gebruikt. Huisartsen werken vaak met de term lumbosacraal radiculair syndroom, fysiotherapeuten spreken eerder over radiculaire pijn, en in de spreekkamer valt daarnaast gewoon het woord ischias.
Een internationale werkgroep van pijnexperts heeft daarom in 2023 geadviseerd om altijd te specificeren wat je bedoelt. Vraag bij twijfel gerust: bedoelt u dat er een zenuw bij betrokken is?
Jouw volgende stap
Van naam naar aanpak
Je weet nu wat de namen betekenen. De volgende vraag is wat je ermee doet. In het herstelprogramma leer je hoe je de zenuw tot rust brengt, hoe je je beweging doseert en hoe je stap voor stap weer opbouwt.
Ontwikkeld door dr. Stijn Willems, fysiotherapeut, manueel therapeut en onderzoeker.

Terug naar het hoofdartikel: Ischias: uitstralende pijn in je been begrijpen
Wetenschappelijke bronnen en referenties
- Konstantinou K, Dunn KM. Sciatica: review of epidemiological studies and prevalence estimates. Spine. 2008;33(22):2464-2472. doi: 10.1097/BRS.0b013e318183a4a2. PMID: 18923325.
- Pearce JMS. A brief history of sciatica. Spinal Cord. 2007;45(9):592-596. doi: 10.1038/sj.sc.3102080. PMID: 17318269.
- Schmid AB, Tampin B, Baron R, et al. Recommendations for terminology and the identification of neuropathic pain in people with spine-related leg pain. Outcomes from the NeuPSIG working group. PAIN. 2023;164(8):1693-1704. doi: 10.1097/j.pain.0000000000002919. PMID: 37008752.
- Bogduk N. On the definitions and physiology of back pain, referred pain, and radicular pain. PAIN. 2009;147(1-3):17-19. doi: 10.1016/j.pain.2009.08.020. PMID: 19762151.
- Murphy DR, Hurwitz EL, Gerrard JK, Clary R. Pain patterns and descriptions in patients with radicular pain: does the pain necessarily follow a specific dermatome? Chiropr Osteopat. 2009;17:9. doi: 10.1186/1746-1340-17-9. PMID: 19772627.
- Brinjikji W, Diehn FE, Jarvik JG, et al. MRI findings of disc degeneration are more prevalent in adults with low back pain than in asymptomatic controls: a systematic review and meta-analysis. AJNR Am J Neuroradiol. 2015;36(12):2394-2399. doi: 10.3174/ajnr.A4498. PMID: 26359154.
- Brinjikji W, Luetmer PH, Comstock B, et al. Systematic literature review of imaging features of spinal degeneration in asymptomatic populations. AJNR Am J Neuroradiol. 2015;36(4):811-816. doi: 10.3174/ajnr.A4173. PMID: 25430861.
- Schaafstra A, Spinnewijn WEM, Bons SCS, et al. NHG-standaard Lumbosacraal radiculair syndroom. Nederlands Huisartsen Genootschap.
- van Rijn JC, Klemetso N, Reitsma JB, et al. Symptomatic and asymptomatic abnormalities in patients with lumbosacral radicular syndrome: clinical examination compared with MRI. Clin Neurol Neurosurg. 2006;108(6):553-557. doi: 10.1016/j.clineuro.2005.10.003. PMID: 16289310.
- Peene L, Cohen SP, Kallewaard JW, et al. Lumbosacral radicular pain. Pain Pract. 2024;24(3):525-552. doi: 10.1111/papr.13317.
- Konstantinou K, Dunn KM, Ogollah R, et al. Prognosis of sciatica and back-related leg pain in primary care: the ATLAS cohort. Spine J. 2018;18(6):1030-1040. doi: 10.1016/j.spinee.2017.10.071.




